Casa privada den haag dikke penissen

casa privada den haag dikke penissen

Mis waarin een celebrant, diaken en subdiaken voorgaan. Helden , hèlde , gemeente Helden. Heythuysen , héétsje , gemeente Heythuysen. Horn , heur , Horn. Horst , hoorst , Horst. Liessel , lisjel , Liessel, gemeente Deurne. Lieve-Heer , lievvenhieër , kruisbeeld. Maartenshoop zwaaien met een blik met gaatjes en een stuk gloeiende turf erin.

Maria zijp , mariea zie: Mis van de neomist in de parochie van herkomst. Naamse steen , naamse stieën , hardsteen. Nederweert , nillewért , gemeente Nederweert. Nederweerterdijk , nillewérterdiek , straatnaam in Meijel. Neerkant , nirkant , Neerkant, gemeente Deurne. Oude Peel , den aawen pieël , Helenaveen. Parijs , perisj , Parijs. Pasen , pòsse , Pasen; de pòsse haawe , de Paascommunie doen. Ik kan er echt niet bij.

Hebben die gasten geen opvoeding gehad, hoor ik me mezelf afvragen?! Ik blijf me altijd ongemakkelijk voelen in deze situaties. Ik wil niet reageren op dat ge-psst, maar dan ben ik er zeker van dat ik negen van de tien keer uitgescholden word. Omgekeerd kan ik het me niet eens voorstellen. Als ik een leuk persoon op straat zie, ga ik toch ook niet uitgebreid "psssst" lopen roepen, of schreeuwen dat hij terug moet komen als hij vijftig meter verder is?

Of is het nou héél gek dat ik dat niet zou doen? Bovendien vraag ik me nog steeds af hoe ze zouden reageren als ik er wél op in zou gaan.. Doodsbang voor de bus. E-mail verschijnt niet online, is nodig voor gravatar afbeelding.

Om geautomatiseerde spamreacties te voorkomen, wordt u gevraagd deze simpele vraag te beantwoorden. Wat zijn de láátste twee letters van het alfabet? Ja, onthoud mij met een cookie. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen. Amsterdam in foto's Tulpen Foto's  -  Peter Eijking  -  -  3 reacties.

Offerman - in Algemeen - De nieuwe bank of de nieuwe vriendin 2 - door Peter Eijking - in Foto's - Lekker varen in Amsterdam 1 - door Peter Eijking - in Video's - Trekt coalitie bij aanpak drukte geen te grote broek aan?

Beentje zit in het gips dus van mij sowieso even geen nieuwe foto's Bram Tulpen Arnoud: Ben je niet een beetje laat met deze foto Peter?

Dit jaar was tulpen plukken op de dam op 20 Januari. Als 't echt leer is en een echte chesterfield, hebben ze blijkbaar een mazzeltje gescoord. Alle reden… De nieuwe bank of de nieuwe… JohnN: En alles daar tussenin. Dat vraagt om snelheidsreguleren. De handhaving zal wel g… Lekker varen in Amsterdam Bram: Ik gok op een nieuwe bakfiets.

De nieuwe bank of de nieuwe… JvV: Als bewoner die regelmatig de Prins Hendrikkade bezoekt per auto Het volgende gebeurd met de touring… Trekt coalitie bij aanpak dr… JohnN:

.

SEXKONTAKT SHEMALE GEILE SPUITKUT

STEVIGE LUL SEXDATE SPIJKENISSE

Er zit niet zo vaak een foto bij, terwijl ik dat toch eigenlijk heel mooi vind, van retteketet daar komen we aan en van de figuren die knallen het beeld uit. Bijna verontschuldigend schreef hij: Alleen, het gaat dáár niet om, of beter, het gaat daar niet in de eerste plaats om.

Individuele ontroering was niet gepast bij het in beeld brengen van abstracte begrippen als onderdrukking, protest, ongelijkheid en strijd. Maar toch, zo blijkt uit het citaat hierboven, was dat politiek wat incorrecte ge­voels­element niet uit Diepraams werk weg te poetsen. Wereldberoemd in Nederland was wellicht heel strelend, maar nog geen garantie dat zijn werk de tand des tijds zou weerstaan.

En net als na het Gymnasium ging hij op zoek naar de wortels: Ik moest toen wel terugkijken: Voor de eerste maal was het een kwestie van bezinning. Tot die tijd had ik in een koorts gewerkt, met een enorme vitaliteit; ik moest mezelf bewijzen en had een jong gezin in leven te houden. We leefden van heel weinig geld. Pas toen nam ik afstand: Ik zag ook dat ik de grens over moest om mezelf met anderen te kunnen vergelijken. Met twee effecten die mij midden tussen de ogen troffen: Tegelijk was het ontspannend als je alles internationaal overzag, te zien dat de Nederlandse kwalificaties er niet zoveel toe deden.

Ik werd afgestraft door het absurd hoge niveau van wat ik zag en kreeg tegelijk het idee van wat ik wél kon halen. Niet lang daarna kwam hij in het professionele verzamelcircuit terecht. Het zou de basis vormen van een indrukwekkende en kostbare verzameling.

Tegelijkertijd wijdde hij zich aan een grondige literatuurstudie van de fotografiegeschiedenis. Een en ander zou niet lang daarna zijn sporen achterlaten. In begonnen Diepraam en Van Westerloo aan een uniek project dat voor beiden een hoogtepunt in hun loopbaan betekende, voor de een een hoogtepunt in sociale fotografie, voor de ander in sociale journalistiek. Zij hadden het idee opgevat om, samen met hun gezinnen voor drie maanden naar Suriname te verhuizen.

Doel was om met pen en camera een grondig beeld te schetsen van Suriname, vlak voordat het land onafhankelijk zou worden. Waarom, zo vroegen Diepraam en Van Westerloo zich in het begin van het boek af, ontvluchten Surinamers en masse hun land, op zoek naar de sociale zekerheid die Nederland te bieden heeft?

Wat is dat voor een land? Wat voor bevolkingsgroepen, klassen, machthebbers, armen, priesters, oerwoudbewoners en kolonialen heeft het?

Hoe houden ze zich in leven? Waarover strijden ze en waarin berusten ze? Willem, zijn vrouw Ria en de twee kinderen Karolien 6 en Michael 4 vertrokken samen met Gerard, zijn vrouw en hun kleine kind naar Paramaribo en huurden er een huis. De titels van de meeste hoofdstukken spraken voor zich: Van Westerloo beschreef het lot van de ouderen, sprak met Hindoestanen, Bosnegers, Indianen, Javanen en Creolen en interviewde de bazen, de politici en de religieuze leiders.

Een citaat over een bezoek aan het Weldadigheidsgesticht, een bejaardentehuis: Veertig, vijftig mensen per barak, hier tactvol blok geheten. Blok 1 voor de Javanen, de mannen afzonderlijk van de vrouwen, en zo door een blok voor de psychiatrische mensen, voor de ex-leprapatiënten, en tussen de blokken door de open riolen waar de gieren schokschouderend doorheen lopen, in aantallen zoals we ze nergens anders in Paramaribo hebben aangetroffen en onder de barakken schieten flitsend ratten heen en weer.

Het is vrijdagmiddag vier uur, bezoektijd, maar bezoekers zijn er niet, afgezien van de witte pater en de dominee, die hun gelovigen langsgaan. Diepraam fotografeerde de ontreddering met veelal grove korrel en doorgedrukte randen: De mondhoeken wezen meestal naar beneden, de gezichten toonden een gelaten vertwijfeling, hier en daar lachte een kind tijdens het spel.

Het boek werd erg goed in Nederland ontvangen: Het was een belangrijke intellectuele formulering om de ontwikkeling van Diepraam voor en na te begrijpen: De eerste stem ben je zelf. De tweede ligt in de wereld die je fotografeert. De derde is het publiek. Gaat het tussen jou en de wereld, of tussen jou en de wereld en de derde stem? Dat is een volstrekt verschil. En zo werd de fotograaf kunstenaar. Het idee, dat je iets verplicht was aan je publiek, het idee dat je dienend moest zijn aan iets wat belangrijker was dan jezelf.

Daarbij was die derde stem nogal essentieel, namelijk het voorlichten van de Nederlandse bevolking, over wat voor mensen er nu aankwamen uit Suriname. Dat was een duidelijke doelstelling en dat gaf dus verantwoordelijkheid.

Maar ik zag dat er in Suriname iets te halen was dat fotograferen inherent spannender maakte. En kwam zo in conflict met die dienende functie, het idee dat je je ondergeschikt moest maken aan iets wat groter is dan jezelf. Ik zag het maar gedeeltelijk omdat ik ook zwaar gepreoccupeerd was met het verhaal dat we daar gingen halen om het hier te brengen. Dat was ook de bedoeling, daar is absoluut geen misverstand over. Maar je moet je voorstellen dat het een proces van maanden was in Suriname.

Die andere elementen, die buiten de dienende functie aan het publiek en de verplichtingen jegens Vrij Nederland vielen, waren zo overweldigend en maakten extra veel indruk omdat ze zo vreemd waren. Ik was er natuurlijk niet zo op voorbereid als op een Nederlands polderlandschap. Die beelden waren heel sterk. Nog in Suriname ontlaadde zich dat in een hevig conflict met Van Westerloo.

De crisis kwam aan het einde van de reis. In de auto, ergens op een landweggetje, realiseerde Diepraam zich, dat dit niet was, wat hij wilde. Ik schaamde me daarover, dit hóórde je niet te voelen. En heel mijn irritatie reageerde ik af op Gerard als Stellvertreter van mijn sociale geweten. Van Westerloo schrok enorm van deze ideologische volte face.

Voor hem was het ongelofelijk schokkend. Het heeft hem ook niet op dezelfde manier verlaten als het mij verlaten heeft. Maar als je het heel groot ziet heeft hij achteraf toch dezelfde ontwikkeling doorgemaakt.

Veel mensen in de tweede helft van de jaren zeventig hebben die ontwikkeling doorgemaakt. Er zijn er heel veel die toen ingezien hebben dat je beter realistisch naar je idealen kon kijken. Ik heb het toen wat eerder dan anderen gezien en het duidelijker in mijn werk naar voren laten komen. Dat stootte hen voor de borst. Het gaat erom dat je je hoofd kunt vrijmaken, dat je op bepaalde momenten, alleen met je zelf, precies kunt uitdrukken wat je wilt.

Dat je de derde stem in je hoofd uitschakelt bij werk dat absoluut uit jezelf voortkomt. Die soepelheid in mijn hoofd had ik.

Gerard van Westerloo herinnert zich het incident in de auto iets anders: Willem was, als ik het nu heel eenvoudig zeg, een beetje kunstenaar aan het worden. We zijn nu een boek aan het maken. Niet om hem politiek te corrigeren, maar we hadden een afspraak dat we een boek met één op één foto en tekst zouden maken. Dus probeerde ik met Willems ogen te kijken en dacht: De ruzie die er aan vooraf ging, was dat ik mopperde dat we te simpel werkten en dat we juist wat kunstzinniger moesten werken en dat Willem vol verachting naar me riep: Hoe het ook was, Willem Diepraam was in Suriname de Rubicon overgestoken: Dat was bijna een antithese ten opzichte van mijn eigen manier van werken.

Want ik was bezig in die ongelofelijk opgewonden journalistiek, waarbinnen er geproduceerd moest worden. En dat wilde ik ook. Ik wilde laten zien dat ik dat kon. En wat Sander deed dat was haast niets: Die stilistische eenvoud waarmee hij die portretten maakte, maakte heel veel indruk op me. Ik vond dat spannend: Onvermijdelijk kwamen er door de ontstane meningsverschillen problemen bij de samenstelling van het boek in Nederland. Diepraam stond er bijvoorbeeld op dat er een foto inkwam van een bootje op de Marowijne, met ergens in de hoek een hondje: Van Westerloo en vormgever Jan van Toorn protesteerden tegen het opnemen van deze foto.

Ieder beeld moest immers een betekenis hebben. De foto werd uiteindelijk toch opgenomen. De grens van het ideologische keurslijf was overschreden.

Op dat moment kon je daar niet aan toegeven. Een schrijvend journalist heeft geen andere keus dan op die grens te blijven balanceren. Als hij er over heen gaat dan is hij geen schrijvend journalist meer, dan wordt hij niet meer gepubliceerd, dan heeft hij geen publiek.

Dat gaf bij Willem ook wel een zekere spanning. Maar het is het lot én de heerlijkheid van de schrijver als journalist om daar niet te ver van af te komen. Want dan word je een dichter of een romanschrijver. Op dat moment was dat niet de eerste zorg: Het had in de eerste plaats te maken met iets heel typerends voor mij en mijn broer: Of misschien wat realistischer geformuleerd: De ideologische bouwwerken begonnen in die tijd ernstige scheuren te vertonen.

De linkse intellectueel ontdekte dat de arbeider, een van zijn speeltjes, niet deed wat hij verwachtte en niet was zoals hij dacht.

Hij bevrijdde zich niet van zijn ketens, maar koos voor een Opel Kadett. Verveeld en teleurgesteld gooide de intellectueel het in de grote koffer vol met oud speelgoed, om het nooit meer op te diepen. De arbeider was slechts een etalagepop gebleken. Vele jaren later terugkijkend is er verbazing, bijna ongeloof.

Ursula den Tex, in die jaren en in redactrice van Vrij Nederland constateerde verbaasd in dat jaar: Dat we dat toen zó konden opschrijven. Zo nadrukkelijk, zo overtuigd van ons gelijk; voor een lezer van nu moet dat wel pure ideologie lijken, terwijl het dat toch niet was. Laat de lezer het niet in zijn hoofd halen er anders over te denken dan wij doen, zo staat het er. De lucht is — toch wel erg ideologisch — inktzwart doorgedrukt. De tekst bij de foto: Alleen de nabijheid van zee is een verademing.

Ik fotografeerde toen mensen vanuit het idee dat ze slachtoffer waren. Slachtoffer van het bestaan, de maatschappij, de tegenstellingen en de ongelijke verdeling.

Maar die tekst, dat is een verschrikking; dat moet je zo niet zeggen. Het was een bepaalde manier van kijken waar ik ongelofelijke demagogische elementen in begon te ontdekken. Dat was een van de redenen waarom ik met een lichte vorm van zelfhaat naar mijn werk begon te kijken.

Het was niet precies genoeg, het was allemaal te ruw, het was te ongenuanceerd en het zou erg oneerlijk zijn dat bij Vrij Nederland neer te leggen. Het was een ontwikkeling in mijzelf. Binnen het milieu van Vrij Neder­land wilde ik me onderscheiden en wilde ik een zo belangrijk mogelijke rol spelen.

En dat milieu wilde de wereld veranderen en dacht dat het daar ook toe in staat was. Zo bezien was het voor mij een derde stem. Er was geen sprake van een klassieke zelfkastijding, die bij een politiek ideaal hoort.

Dat was juist helemaal niet zo. In die zin werd er in de jaren zeventig ongelofelijk schizofreen geleefd. Want iedereen werd steeds rijker, alles ging steeds beter en iedereen binnen het milieu genoot van het leven. Ik ook, dat was één groot vrij genot. Maar tegelijkertijd was er toch sprake van een heel sterk keurslijf waarin ideeën gedrongen werden, ook hun eigen ideeën: Al had het dan natuurlijk niks te maken met vreselijke dwang of enorme sociale controle, het was wel degelijk aanwezig.

Er was een heel strenge controle op mooiheid. Dat had te maken met het weer opduiken van oude modernistische uitgangspunten, waarbij esthetiek niets betekende en de boodschap in dienst van de politieke ideeën alles betekende.

Er was een eigen gelijk en een heerlijk wij-gevoel, zolang het duurde. Ik fotografeerde mensen soms als heel zielige slachtoffers, op een manier waarvan ik nu achteraf denk dat het bijna op het hopeloos paternalistische af is. Het kwam voort uit de verbazing van iemand met een heel beschermde bourgeoisopvoeding. Iemand die daar soms op een hele sentimentele manier op reageerde maar zich er ook vaak heel kwaad over maakte.

In de periode die erop volgde waren er wel bij Vrij Nederland die vonden dat ik niet meer zuiver in de leer was. Friedrich Nietzsche had het in , het jaar dat Karl Marx stierf, al opgetekend: Maar ik zeg U: Gij vlucht weg van Uzelf naar de naaste en zoudt daarvan wel gaarne een deugd maken: Willem Diepraam daarover in Dat is iets wat je met geen mogelijkheid kunt ontkennen, dan moet je je ogen dichtnaaien.

Je kunt er niet eens naar verwijzen als een historisch proces: De geschiedenis overzien is verpletterend, slechts vijfendertig jaar overzien is een totale wanhoop. Dat is bijna vernietigend voor je wil om nog te proberen iets te veranderen in de wereld. Maar ik kan slecht leven zonder het gevoel dat wat je maakt past in iets wat zinnig zou kunnen zijn. De onttovering van de wereld, de ontnuchtering na de teloorgang van het ideaal luidde niet het einde van Diepraam als fotograaf in: Maar mijn onvermogen om werkelijk veel voor anderen te betekenen, behalve in mijn eigen kring, heeft me beschermd tegen overdreven ideologische escapades.

De ontnuchtering blokkeerde dus niets. Het uiteenspatten van het optimistische, strijdvaardige wereldbeeld in de duizenden scherven, maakte Diepraams werk vanaf die tijd kleurrijker soms ook letterlijk.

De scherven weerspiegelden een veel rijkere werkelijkheid en durfden twijfels, schoonheid en abstractie te weerspiegelen. Scherven kortom, die een grotere vrijheid in meer dimensies brachten.

In verwierf Diepraam een opdracht uit een geheel ander circuit dan het Amsterdamse. Bijhouwer de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse landschap beschreef en inging op de verschillende landschapstypen. In eerste instantie zag Diepraam dit als routinewerk. Toen gaandeweg bleek dat hij er, ondanks de voorwaarde tot illustreren, veel van zichzelf in kwijt kon kreeg hij er plezier in.

Diepraam stond in die tijd aan het begin van zijn koerswijziging en het genre ontsloeg hem van zijn journalistieke plicht om de foto een boodschap mee te geven. In het boek ontvouwt zich, in overheersend romantiserende landschaps- en natuuropnamen, een landschap waarin de mens grotendeels afwezig is, maar waarin hij zijn sporen nadrukkelijk heeft nagelaten.

Ontslagen van zijn journalistieke verantwoordelijkheden gaf Diepraam blijk van een voorkeur voor sferische en uitgewogen composities. Daarbij maakte hij gebruik van zware wolkenluchten, ritmiek en de wisselwerking tussen horizontale en verticale lijnen. Tijdens het werk aan dit boek trof hem een persoonlijk drama van een onpeilbare afmeting. Op 27 maart probeerde een Boeing van de KLM op te stijgen van de luchthaven van Tenerife met Nederlandse vakantiegangers aan boord, waaronder Diepraams vrouw Ria en hun zonen Michael 5 en de pasgeboren Jan.

Dochter Karolien 8 , die al naar de lagere school ging, was thuis in Nederland bij haar vader gebleven. De te vroeg opstijgende KLM-Boeing boorde zich door een fout van de gezagvoerder in een Boeing van PanAmerican Airlines, die zojuist was geland en op dezelfde baan als de machine van de KLM in de richting van de ontvangsthal taxiede. Het zou de zwaarste vlieg­ramp uit de geschiedenis van de burgerluchtvaart worden: In totaal mensen. Karolien lag al rustig te slapen.

Daar wist ik nog niks van. Wat hij wist was vaag, maar het had een onmiddellijke dreiging. Hij vertelde het heel rustig, dat deed hij heel goed. Niet precies hoe want de eerste berichten waren dat alle mensen in het Amerikaanse toestel dood waren en in het Nederlandse alleen velen gewond. We reden naar het KLM kantoor op Schiphol maar kwamen daar verder niets te weten.

De informatie was wisselend en tegenstrijdig. Toen we weer thuis waren kwamen veel van mijn goede vrienden uit zichzelf binnen druppelen. In die tussentijd, van Freeks telefoontje tot het definitieve radiobericht, heb ik alle mogelijkheden glashelder voor me gezien. In het absurde besef dat het allang gebeurd was. Als ze er levend uit waren gekomen, wat was er dan van hun lichamen over? Ik heb tussen mijn vrienden zitten wachten tot de klap kwam.

En ik heb nog steeds een beeld bij het gevoel van dat moment. Links van me spreekt een stem uit de radio. Terwijl ik voel hoe Ria en de kinderen in één haal van me worden afgesneden zitten wij allemaal in mijn leefruimte, op de grond, met onze ruggen tegen de wand. Ik aan de ene kant zij aan de overkant. Ze zeggen niets, zoals het moet.

Gerard is die nacht bij mij blijven slapen. Om zes uur heeft hij mij geroepen. Ik heb Karolien wakker gemaakt en het haar verteld. Het drong nauwelijks tot haar door. Toen ik na een paar dagen met mijn ogen over de rand van de put keek en eruit was geklommen wist ik zeker: Het is het effect van mijn gelukkige jeugd geweest, het ultieme geschenk van mijn ouders. Die hebben met al hun burgerlijkheid en beperkingen ook weer zo superieur gereageerd op die ramp en later op de strapatsen die ik moest uithalen om mijn leven weer zin te geven.

Net als trouwens de meeste van mijn goede vrienden. Soms, als ik terugkijk, verbaast het me dat ik eigenlijk vrij snel weer door wilde leven en dat het ook lukte. Maar ik zie de logica ervan. Ik ben ook niet echt veranderd.

Sommige sporen in mijn karakter zijn verdiept. Ik kon, net als mijn broer al niet goed tegen flauwekul, waardoor we allebei soms nogal arrogant overkwamen. Na het ongeluk heb ik, vaak krampachtig, geprobeerd om met onzin zo weinig mogelijk te maken te hebben. Dat is goed gelukt maar het heeft er ook voor gezorgd dat ik tot ver in de jaren tachtig een beetje als een kluizenaar leefde met erg weinig mensen om mij heen.

Ik heb dat bewust doorbroken toen Shamanee, met wie ik vrij snel na het ongeluk ging samenleven, en ik in uit Parijs terug kwamen waar we ruim een half jaar gewoond hadden. Ik heb me al op mijn vijftiende, toen voor het eerst de combinatie van liefde en seks op me inbrandde, in zijn volheid gerealiseerd dat ik ooit dood zou gaan.

Dat is eigenlijk de enige trek in mijzelf geweest waardoor ik me sindsdien anders voelde dan de anderen. Misschien heb ik daardoor mijn tijd iets bewuster gebruikt of bewuster verlummeld. Dat besef van mijn sterfelijkheid is na dat ongeluk toch nog verdiept. In mijn constante jacht op het geluk, waarvan ik precies weet wat dat voor mij moet inhouden, speelt de controle over mijn tijd een grote rol. Dat gaat nooit meer over. Hij hield het vanaf het begin bespreekbaar.

Willem Diepraam had Shamanee Kempadoo ontmoet op een van zijn fotoreizen. Tot op de dag van vandaag deelt hij zijn leven met haar, samen met hun zonen Maris 9 en Orfeo, geboren op 31 maart In verscheen Diepraams fotoboek The Dutch Caribbean [p.

De Engelse titel en de tweetalige inleiding van Gerard van Westerloo wezen erop dat Diepraam met zijn werk de internationale markt wilde bereiken. Terwijl bij Frimangron de foto nog ondergeschikt was aan de tekst, was dat in dit boek precies andersom. Op de flaptekst van het boek schetste Diepraam nauwkeurig de volte facedie hij sinds Frimangron had doorgemaakt. Geen uitzichtloze ellende meer voor een schuldbeladen westers publiek, maar: Dit boek is dus geen poging tot definitie of volledige documentatie van het Nederlands Caraïbisch gebied.

Het is slechts een verzameling beelden die ik selecteerde omdat ik ze terug wilde zien. Fotografie bewijst in laatste instantie niets. Fotografie levert dus slechts circumstantial evidence en de fotograaf moet met deze beperking van zijn vak leren leven.

Hij hoeft er niet om te rouwen. Teruggeworpen op zuiver fotografische uitdrukkingsmiddelen spreekt hij met zijn beelden een taal die overal herkend en begrepen kan worden. Volgens Van den Bosch was Diepraam de eerste Nederlandse documentaire fotograaf die in zijn fotografie de verzelfstandiging van de enkele foto doorvoerde.

Voor het eerst stond in The Dutch Caribbean de visie van de fotograaf en niet het onderwerp centraal. Daarmee leek Diepraam zijn sociale fotografie achteraf alsnog een artistieke dimensie te willen geven. Afgewogen zeegezichten, stadsgezichten en landschapsopnamen waar nauwelijks mensen op voorkwamen. Ook de grove korrel en de zwart doorgedrukte randen bleken op de terugtocht.

De gezochte verstilling en eenvoud was bereikt en dat kwam Diepraam in die tijd op boze recensies te staan. Men kon immers niet straffeloos het eigen, vertrouwde kamp verlaten. Martin Schouten schreef in de Haagse Post: De mensen worden zeldzaam. En ook de sporen van menselijke aanwezigheid. Er is een foto van een zoutmeer op Bonaire: Minder fotograferen kan haast niet. Is dat nog journalistiek? Is een fotograaf van landschappen en zeegezichten nog journalist? In mijn ogen niet. Een journalist is iemand die vastlegt wat er aan de hand is met mensen en dingen.

Situaties en gebeurtenissen die er over een poosje niet meer zullen zijn. Daarover bericht hij op een manier die binnen een bepaalde conventie valt. Diepraams schrijvende maat Van Westerloo maakt reportages die de kracht van literatuur hebben.

Maar hij schrijft geen gedichten, hij blijft binnen de traditie — al loopt hij op de grens van die conventie, wat zijn werk spannend maakt. Daarvoor lees ik geen krant. Dat was bezijden de waarheid, het was immers een boek. Schouten voelde wel haarscherp aan dat Diepraam de grens naar de kunstfotografie had overschreden. Diepraam gaf hem daar geen ongelijk in: De prints werden te koop aangeboden. In een gelimiteerde oplage van vijftig exemplaren gaf de galerie een luxe editie uit, voorzien van een medegebonden print, door Diepraam gesigneerd en genummerd.

Het betreden van de kunstwereld door Diepraam betekende niet het vanzelf overnemen van de normen in de aldaar heersende kringen. In een interview met Anna Tilroe voor het maandblad Avenue in december luchtte hij zijn hart over waar hij in die nieuwe wereld op gestoten was. Hier was onmiskenbaar een man aan het woord die zich het vak van de fotografie eigen had gemaakt door jarenlang met ijver te werken, te verzamelen en te studeren en die niet van zins was zijn inzichten, meningen en oordelen nederig in te leveren bij het betreden van de tempel der Heilige Kunst.

Ander­zijds, het feit dat fotografie kunst is, is in principe niet relevant. Het maakt het op zich niks minder of meer belangrijk en voegt er ook niks aan toe. Fotografie verwordt steeds meer van toegepaste kunst tot kunst. Dat is een slechte ontwikkeling omdat ik een van de zinnige dingen van kunst vind dat het ergens toe dient, ergens voor gebruikt wordt. Kunst met een grote K maakt de samenleving niet beter. Het is een volstrekt geïsoleerde bezigheid, waarbij het maatschappelijk functioneren tot nul gereduceerd is.

Het lijkt erop alsof je iets in een laboratoriumsituatie in leven houdt in plaats van op een vitaal functioneren van de kunst. Het belang van kunst moet niet overschat worden. Boven­dien, als het zo heel vakmatig wordt, krijgt het vaak ook iets benepens. Het moet iets hebben van dat amateurachtige, dat losse, dat informele. In de fotografie moet de verbinding naar het amateurisme altijd openblijven. Er is een nieuwe volkskunst opgekomen. Ongelofelijk, zoiets is er nog nooit geweest. Er zijn weinig mensen die een paard kunnen tekenen.

Maar er zijn wel ontzettend veel mensen die een goede foto kunnen maken. Een cultuurbewaarder moet zich realiseren dat daar een schat ligt.

Net als Wim Schippers vind ik dat iedereen intrinsiek eigenlijk kunstenaar is. Het is alleen maar een beper­king om het anders te stellen. En het rekent tegelijk af met al die mystieke humbug over het kunstenaarschap. Mystieke wichelroedelarij, daar heb ik geen zin in. Zo bleek de sociale fotografie van de jaren zeventig — heimelijk — wel degelijk ook een andere inhoud te hebben. Mijzelf gedeeltelijk uitleveren aan een publiek, dat was een zelfgekozen proces, ik was me dat bewust.

Dat proces is niet helemaal verdwenen, maar het is niet meer essentieel voor mijn manier van werken. Die hang naar schoonheid heb ik altijd gehad. Het is een mantra voor het vertrouwen in het bestaan, voor het feit dat het leven ook goed is, dat de wereld ook mooi kan zijn.

Al realiseer ik me nu eerlijker dat die wereld het enige is wat ik heb en als het mooi is, dan vreet ik me zonder beperking vol aan mooi. Hoe je er ook mee omging in de jaren zeventig, toen net als nu was er geen manier om niet met schoonheid om te gaan, in de wereld en in de vorm.

Mensen die beweren bewust niet vorm te geven, dat is allemaal onzin, die geven ook vorm. De fout zit hem in de manier waarop de dingen benoemd werden. Het begrip esthetiek, bijvoorbeeld, heeft in de jaren zeventig — en ook later nog — tot verschrikkelijke misverstanden geleid. Er viel ook niets uit te leggen of te verduidelijken, want als de woorden mooi of esthetisch vielen, dan was de discussie stuk.

Esthetiek werd in die tijd niet geassocieerd met het begrip vormgeving maar met mooi maken. Daar kun je niets mee. Het wordt in die zin nog steeds gebruikt. Waar je het over moet hebben is vormgeving. Door vormgeving, door het arrangeren van het beeld wordt een foto ervaren als mooi of minder mooi, opdringerig mooi of verborgen mooi. In die termen moet je dat zien.

Het heeft te maken met de behoefte in mij aan eenvoud en soberheid, die ik in andere opzichten ook heb. Dus eenvoudig en sober, maar dan mag het ondertussen, meer of minder opvallend naar het mij uitkomt, loeimooi zijn. Mooi dat is persoonlijk, gebonden aan de relatie van één individu met de wereld. Mooi, dat is wat het individu van iets of iemand in die wereld terug krijgt. In een goede foto moeten diverse lagen aanwezig zijn.

Als het niet voldoende gecompliceerd is en er is niks achter de eerste laag, die je meteen ziet, dan is het niks. Die verdere gelaagdheid heb je nodig om te kunnen blijven kijken. Wat er in diverse lagen van een beeld gebeurt moet dus ook overdraagbaar zijn. Beelden die alleen een eerstelaags interesse opwekken, daar ben je zo mee klaar. Dus er moet in tweede instantie iets aan de hand zijn. Dat is de spanning en het raadsel: Als fotograaf speel je de hele tijd met de manier waarop je die diepere lagen presenteert.

Daarbij ligt natuurlijk het gevaar op de loer dat je in een soort filosofische modder of conceptuele flauwekul blijft steken, omdat het wel lekker onduidelijk is maar geen pointe heeft en verder ook niets los maakt. De Sahel was een bekend noodgebied, in — was het vanwege aanhoudende droogte door een grote hongersnood getroffen en ook in werden de eerste tekenen van een voedselramp in het gebied duidelijk zichtbaar.

De eerste resultaten van een reis naar de Sahel door schrijvend journaliste Katherina Keyl en Diepraam verschenen in juli in het kleurkatern van Vrij Nederland. Na een tweede reis verscheen er in november in het kleurkatern een fotoreportage over Mali [p.

Dat leidde in tot de publicatie van het fotoboek Sahel [p. Het zou een hybride boek worden. Diepraam besloot namelijk zijn ideologische Werdegang niet verborgen te houden. Zelfs niet in een gebied als de Sahel dat er vele malen slechter aan toe was dan Suriname in Het begon al met de omslagfoto: De Sahel toonde zich zo, ondanks de grote problemen, als een levenskrachtige samenleving waar mensen ook lachten, vee hoedden en reizen maakten, in plaats van alleen maar beelden van apathische Afrikanen, die berustend op een voedselzending wachten van de Verenigde Naties, die wellicht nooit kwam.

Mensen zijn over de hele wereld in aanleg precies hetzelfde en gedragen zich in het algemeen ook zo als je door de culturele verschillen heen kijkt.

Dat zie je uitgedrukt in het Sahelboek. Ik zet het af tegen het stereotype beeld dat toen herhaaldelijk werd vertoond: Om zijn positie nog scherper te profileren begon Diepraam het boek met een citaat van Sigmund Freud uit zijn in verschenen Das Unbehagen in der Kultur. Hier geen strijdbaar protest of een met schuld beladen wereldbeeld, maar eerder een gedwongen berusting.

Nog versterkt door de twee aan wie het boek opgedragen was: Michael en Jan, zijn twee omgekomen zoons. Het was op dat moment interessanter om menselijk gedrag te verklaren vanuit primitieve impulsen en driften en niet vanuit een door de cultuur bepaald idee van de moraal. Een impliciet oordeel ligt reeds besloten in onze constatering dat het lijden drie oorzaken kent: Het hybride karakter van het boek vond zijn hoogtepunt in de inleidende tekst van Kees Schaepman, die nog van het aloude gietijzeren gehalte was.

Wie dat doet verliest juist de meest destructieve kanten van het systeem uit het oog. Want ook zonder wreedheden en barbarij heeft koloniale overheersing altijd geleid tot vernietiging van bepaalde samenlevingsvormen en daardoor — in extreme gevallen — tot vernietiging van hele samenlevingen.

De Sahellanden bieden daarvan talloze voorbeelden. Het Sahelboek leverde dezelfde kritiek op als eerder The Dutch Caribbean. Om zijn betoog te verduidelijken haalde hij de volgende woorden van Brecht aan: Er hebben maar een paar mensen zoiets gezegd en dat moeten ze dan zelf maar weten. Het materiaal is helemaal niet speciaal gebruikt als kunstmateriaal.

Er is een boek. Ik heb vijf tentoonstellingen gehad, behalve één helemaal geen kunsttentoonstelling, maar praktisch en zakelijk. Er zijn er meer op komst. Mensen zien ook wel dat vormaspekten een rol spelen in mijn fotografie. In Sahel stonden de laatste beelden van Diepraam als journalistiek fotograaf; ze zouden in zijn latere werk niet meer terugkeren.

De Genauigkeits­fanatiker Diepraam nam een vergaand besluit en sloot zich na af voor de belangstelling van de media voor hem. Ook díe journalistiek was hij voorbij; er werden geen interviews meer gegeven, radio- en televisieoptredens werden geweerd. De anonimiteit werd gezocht en uiteindelijk gevonden. Ik was zo in beslag genomen door mijn privé-leven en de vraag waar mijn leven nu eigenlijk over ging. Daar had ik op dat moment niks zinnigs over te melden. De zinloosheid van de maatschappelijke pretenties van mijn werk was onontkoombaar gebleken.

Er was ook daarom niks te vertellen. Daarbij was het praten in de media niet alleen weinig opwindend, het effect was ook altijd onprecies. Je kon haast nooit je verhaal kwijt, er was bijna niemand die echt iets wilde weten.

Ze maakten allemaal hun eigen verhaal waarbij nooit, nooit, nooit iets zat waar ik achteraf tevreden mee was. Daarbij komt dat mijn werk en mijn leven zo bepaald werden door privé-ontwikkelingen dat zelfs als ik over mijn werk praatte er bij het minste of geringste weer privé-elementen in slopen.

En dat leverde alleen maar verwarring en onzin op. Dat ik uit de publiciteit ben, dat beschouw ik achteraf als een genot. Het is een van de dingen waarbij ik goed naar mezelf geluisterd heb. Sindsdien praat ik alleen nog over onderwerpen die met mijzelf niet direct te maken hebben, dus bijvoorbeeld het werk van andere fotografen als ik daar tentoonstellingen over maak zoals in de jaren negentig over Cas Oorthuys, Carel Blazer en Eva Besnyö.

Dat gaat me beter af. Ik kan dan ontspannen praten en dat is voor iedereen prettiger. De serie tentoonstellingen met bijgaande catalogi die Diepraam maakte voor het Amsterdams Historisch Museum over de drie belangrijkste grondleggers van de Nederlandse reportagefotografie waren het logisch gevolg van zijn verzamel activiteiten en zijn voortdurende ontdekkingstocht binnen de Nederlandse en internationale fotografie. Die processen geven mij resultaat maar ik analyseer ze zelden.

Dat kan leiden tot gevaarlijke valkuilen. Over de jaren wordt dit geinternaliseerd zodat het een idee wordt waarmee ik comfortabel leef. Maar, houdt de wrede spiegel mij plotseling voor, waarom is dat zo? Ik weet het eigenlijk allemaal al, maar het is niet uitgesloten dat ik neurologen moet gaan lezen om het uit te kunnen leggen.

Als je zoveel beelden gezien hebt als ik en makkelijk deze min of meer vrijblijvende noties ontwikkelt, wordt het aantrekkelijk om van tijd tot tijd iets precies uit te zoeken, uit te leggen, of duidelijk te laten zien.

Dat kan onder andere door tentoonstellingen te maken of te schrijven. Tentoonstellingen maken ligt dichter bij fotografie, is beeldender, maar heeft ook een sterk intellectuele component; het gaat mij goed af. Ik heb regelmatig tentoonstellingen gemaakt over het werk van andere fotografen uit diverse periodes.

Het schrijven, waarvoor ik de routine mis en waarbij ik te veel kwaliteit door inzet moet compenseren, kost mij moeite en pijn maar geeft een speciale bevrediging. Daarbij gebruik ik het meest georganiseerd de hersendelen die bij fotografie niet aan bod komen. Voor degenen die Diepraams persoonlijke leven kenden was het wellicht de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.

Dat werkte een beetje krampachtig, omdat ik dat boek ook stiekem maakte voor die honderd mensen, die Ria en de kinderen gekend hadden. Daardoor heb ik twee dingen door elkaar gehaald die je niet door elkaar moet halen. Dat is aan het boek te zien. Het boek was nog uitdrukkelijker op de internationale kunstmarkt gericht dan The Dutch Caribbean. Het had een luxe harde kaft, een grote maat en de inleiding van Gerard van Westerloo was tweetalig.

En zo kregen de woonwagenbewoners in Osdorp, de Hoogovenarbeiders in IJmuiden, de Creolen in Suriname en de bakkersknecht in Mali een uitstraling die ze voordien niet of nauwelijks gehad hadden: Er waren landschapsopnamen bij, bedevaartgangers te Fatima, doodzieken in het Binnengasthuis en het Emma Kinderziekenhuis te Amsterdam, een begrafenisserie op Aruba, een vrouw in barensweeën, een kinderlijkje in een witte doodskist op de Kaap Verdische Eilanden en verleidelijke koeienogen te Friesland.

Ondanks de ongebalanceerde wijze van samenstellen was er onmiskenbaar een rode draad in het boek: Van den Bosch schreef erover: Hij gebruikt daarbij zowel beelden uit zijn privé-leven als een grote variatie aan beelden van derden: Vanaf veranderde langzaam het werkverband met Vrij Nederland.

Het blad wilde uiteindelijk blijven wat het was, een weekblad voor schrijvende journalisten. Een fotoredacteur was er niet gekomen. Van tot maakte hij voor het kleurkatern van het weekblad nog reportages, waar de ruimte voor tekst en fotografie elkaar in evenwicht hielden. Zo verschenen er o. Dagboek uit de aidskliniek. Veelal bevatte de omslag van het katern een kleurenfoto, plus nog een kleurenfoto binnenin. De rest waren zwart-wit afdrukken.

In , het laatste jaar waarin hij voor Vrij Nederlandwerkte, veranderde de vorm. Een jaar lang publiceerde hij iedere week een Dagboek [p. Er verschenen afdrukken van zijn vrouw Shamanee, zijn dochter Karolien, zijn grootmoeder, een doodzieke Ed van der Elsken, Johan van der Keuken en zijn vrouw, en de door hem zo geliefde jazztrompettist Chet Baker.

De betekenis naar buiten toe zou ik nooit kunnen verwoorden. Zoals met die wolken, de betekenis daarvan is alleen maar heel sferisch. Het is gevaarlijk om dat te doen, omdat je er op moet rekenen dat misschien maar vijfhonderd lezers vanVrij Neder­land een bepaald basiskennis van de geschiedenis van de beeldende kunst hebben en zien dat die foto daar een onderdeel van is.

Bovendien is het wel erg privaat. Het is een soort oefening in sterven: Dat is de meest extreme vorm geweest, waarin ik in die column met dingen gespeeld heb. Ook was de troost uitgewerkt, die het bekijken en verzamelen van mooie beelden hem na hadden gegeven. Vanaf het begin van de jaren tachtig verzamelde hij in een veel lagere versnelling. De overheid kocht in die tijd de fotoverzameling Hartkamp aan voor een voordien ongekend hoog bedrag.

Gevraagd om te adviseren over de kwaliteit en prijs van de Hartkampcollectie realiseerde Diepraam zich na het uitbrengen van zijn advies, dat zijn eigen collectie een uitstekende aankoop voor de overheid zou betekenen en hemzelf een lucratief bedrag zou opleveren. Spoedig daarna kocht de Rijksdienst Beeldende Kunst voor 1. Aldus voorzien van een fikse financiële buffer besloot Diepraam niet alleen de weg in het kunstcircuit verder te vervolgen maar ook om pro deo, alleen met vergoeding van de onkosten, zijn tijd beschikbaar te stellen aan organisaties als Artsen zonder Grenzen en de Novib.

Hij deed dit tot de geboorte van zijn zoon Maris in Het opstarten van een tweede familie bond hem vervolgens sterker aan huis. Diepraam en vormgever Jurriaan Schrofer werden gevraagd om over dit thema een in Nederland reizende tentoonstelling samen te stellen. Concreet werd er gekozen voor de daklozen van Lima. In  verscheen als resultaat het fotoboek Lima [p. Maria zijp , mariea zie: Mis van de neomist in de parochie van herkomst.

Naamse steen , naamse stieën , hardsteen. Nederweert , nillewért , gemeente Nederweert. Nederweerterdijk , nillewérterdiek , straatnaam in Meijel.

Neerkant , nirkant , Neerkant, gemeente Deurne. Oude Peel , den aawen pieël , Helenaveen. Parijs , perisj , Parijs. Pasen , pòsse , Pasen; de pòsse haawe , de Paascommunie doen.

Pruis , prusj , inwoner van Pruisen, maar ook een Duitser in het algemeen. Roermond , remeunt , Roermond. Sint-Maarten , sint marte , H. Maarten wordt aangestoken, Sint Maartensvuur. Sinterklaas , sinterklòs , Sint Nicolaas, Sinterklaas, 6 december.

Turks leer , turks léér , turks leer, soort gladde, heel stijve manchester-stof. Vastenavond , vastelaovent , zondag vóór Aswoensdag, vastenavond.

Weert , wért , Weert.

CHINEES ESCORT BODY2BODY MASSAGE AMSTERDAM

Niet om hem politiek te corrigeren, maar we hadden een afspraak dat we een boek met één op één foto en tekst zouden maken. Want ik was bezig in die ongelofelijk opgewonden journalistiek, waarbinnen er geproduceerd moest worden. Nederweerterdijknillewérterdiekstraatnaam in Meijel. Dat enige wordt dan van een heroïsche luxe. In  verscheen als resultaat het fotoboek Lima [p.